Een bijzondere maritieme ontmoeting in de Oost
Marcel Hendriks • 2 juni 2026

Hr.Ms. Tromp zet een sloep uit naar S.M.S. Emden, tekening van Werner Chomton
Het recente havenbezoek van Zr.Ms. De Ruyter aan Surabaya is een mooie aanleiding voor het volgende historische verhaal.
De Duitse lichte kruiser SMS Emden lag bij het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 in de Chinese havenstad Qingdao. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden kreeg het opdracht naar de Indische oceaan te varen om daar de strijd met de geallieerden aan te gaan. De Emden was daarin succesvol en bracht in twee maanden tijd twee oorlogsschepen en een groot aantal koopvaardijschepen tot zinken. Maar op 9 november 1914 werd SMS Emden door de Australische kruiser HMS Sydney tot zinken gebracht.
Op een boekenmarkt in Berlijn vond ik ooit "Die glückhafte Emden", geschreven door een oud-opvarende van de Emden, Hermann Ottiger-Emden: de overlevende bemanningsleden mochten als eerbetoon aan de roemruchte inzet van de Emden de naam achter hun familienaam zetten. In levendige taal beschrijft de auteur de laatste reis van de Emden waaronder een verrassende ontmoeting met Hr.Ms. Tromp.
Om vanuit China de Indische Oceaan te kunnen bereiken, moet de Emden tussen de eilanden van Nederland-Indië doorvaren. Maar dan:
Plotseling klinken de alarmschellen: "Schip gevechtsklaar maken". Allen lopen naar hun gevechtsposities, de munitieliften voeren de granaten voor het geschut op. Over een kleine landtong zien we de masten van een voor anker liggend oorlogsschip. Als we om de landtong heengevaren zijn, zien we het duidelijk liggen, maar kunnen nog niet zien van welke land. Omdat het Nederlandse territoriale wateren zijn, zou het een Nederlands schip kunnen zijn, maar ook een vijandelijk schip dat op de loer ligt. De Emden neemt afstand en richt haar kanons op het geheimzinnige schip.
Maar daar heeft men ons ook gezien, licht het schip haar anker en komt het met hoge snelheid op ons af. Ook de Emden vaart nu met volle kracht en werpt grote boeggolven op. Er volgen adembenemende minuten waarbij de stalen kolos met wapperende topvlaggen op ons afkomt. Enorme rookwolken omringen het schip zodat we nog steeds de nationaliteit van onze achtervolger niet kunnen vaststellen. De Emden vaart nu zo hard als het kan, het hele schip trilt en beeft onder de mokerslagen van de scheepsmachines.
Op de brug houden de commandant en de artillerieofficier met bewonderswaardige kalmte het onbekende marineschip in de gaten. De spanning loopt van uur tot uur op: zal de commandant opdracht geven het vuur te openen? De angstige onzekerheid "vriend of vijand" werkt ons op de zenuwen en iedereen wacht met kloppend hart op het bevel om het vuur te openen. De afstand tussen de beide schepen neemt steeds verder af en een gevecht lijkt onvermijdelijk. De commandant laat de gevechtsvlaggen hijsen, want nog langer aarzelen kan de ondergang van de Emden worden. Het is een bijzonder moment als de Duitse vlag in top gaat en de Emden klaar voor het gevecht is. Het doel is nu binnen schootsbereik en elk moment kan het bevel "vuur openen'" klinken.
Maar op het laatste moment ziet men op de brug dat het om het Hollandse marineschip Tromp gaat; een seconde later en de eerste salvo was op de Tromp afgevuurd. Nu klinkt het bevel dat de batterijen moeten zwijgen. Ondanks de opluchting is er ook een zeker teleurstelling omdat de Emden niet kan laten zien wat het allemaal kan. De gevechtsvlaggen worden weer neergehaald en de normale zeevlag weer gehesen. De lopen blijven echter op de Tromp gericht want we weten niet zeker wat er verder gaat gebeuren. Het kan immers zijn dat Nederland inmiddels al met ons in oorlog is.
Intussen is het Nederlandse schip dichtbij en heeft het zijn eigen lopen van ons afgedraaid als teken van vreedzame bedoelingen. Nu moet de Emden zijn internationale hoffelijkheid tonen en met een hoornsignaal het Nederlandse schip in haar territoriale wateren eer bewijzen. Het hoornsignaal wordt door de Tromp beantwoord, maar los van de eerbewijzen over en weer wensen wij de Tromp naar de duivel: door de achtervolging zijn wij nog verder van ons kolenschip afgeraakt.
De Tromp werpt vlak voor ons het anker uit en dwingt ons hetzelfde te doen. Het schip zet een bootje uit dat op ons afvaart. De Nederlandse officier aan boord is in vol ornaat en wordt naar onze commandant gebracht. Als de Nederlandse officier teruggevaren is, laat de Emden zijn eigen sloep te water en gaat onze commandant voor een tegenbezoek naar de Tromp. Dat geeft ons de tijd om de Tromp eens goed te bekijken. Het schip maakt een goed onderhouden indruk en is aanmerkelijk groter en sterker dan wij. Was het tot een gevecht gekomen dan hadden we het erg moeilijk gekregen. Op de Tromp wordt natuurlijk ook met verrekijkers belangstellend naar ons gekeken.
Zodra de commandant terug is, gaan wij anker op en gaan we richting open zee, de Tromp begeleidt ons tot we de territoriale wateren hebben verlaten. Die nacht luisteren onze marconisten ingespannen de ether af of de Tromp ons plotseling opduiken aan de autoriteiten doorgeeft, maar het blijft stil. Mocht de commandant van de Tromp nog leven dan is de bemanning van de Emden hem dankbaar voor zijn ridderlijke gedrag.
