Defensie: een wankelmoedig ministerie

Marcel Hendriks • 25 september 2026

Beleidsmatig onttrekt Defensie zich aan haar verantwoordelijkheid om klimaatverandering serieus te nemen.


Defensie is een wankelmoedig ministerie als het gaat om een van de grootste bedreigingen van deze tijd, klimaatverandering.


In 2015 had Defensie een plan dat aansloot bij het Nationaal Energie Akkoord namelijk de Operationele Energiestrategie (OES). De OES wilde in stappen van 2030 naar 2050 de operationele afhankelijkheid van fossiele brandstoffen terugbrengen met 20%, respectievelijk 70%. De energievoorziening op compounds moest in die periode terug naar 50% afhankelijk van diesel, naar volledig zelfvoorzienend in 2050.


In plaats daar stevig werk van te maken, probeerde Defensie daarna de zaak weer af te zwakken, wat resulteerde in de Defensie Energie en Omgeving Strategie 2019-2022 (DEOS). De DEOS verbreedde de aandacht naar operationele energie én reguliere bedrijfsvoering en verlegde de aandacht naar die laatste. En ook met alleen nog doelstellingen voor 2050, de ambities voor 2030 waren verdwenen. Blijkbaar een strategie gericht op "wie dan leeft, wie dan zorgt".


Pas dit jaar, 3 juli, verscheen er weer een nieuwe klimaatstrategie "Klimaatparaat". Maar gek genoeg was daar in de defensiemedia geen enkele aandacht voor en is het document bij Defensie nergens terug te vinden, alsof men zich er een beetje voor schaamt. Dat is jammer want inhoudelijk is het best een goed stuk, al staan er helaas geen haalbare doelstellingen in.


Wat is nu de stand van zaken?


De ambitie van Defensie beperkt zich nu tot het in 2030 gebruiken van 30% duurzame brandstoffen. Als het gaat om wegvervoer zal dat wel lukken, maar bij scheepsbrandstof wordt dat al moeilijker en bij kerosine, de helft van alle operationele brandstof, is dat waarschijnlijk onhaalbaar. Het navrante is dat Defensie dat natuurlijk zelf ook wel weet.


En dan blijft nog de vraag 30% van wat? Ondanks dat de Kamer al in 2018 Defensie heeft opgedragen jaarlijks haar brandstofverbruik te rapporteren, doet ze dat niet. Als daar met beroep op de Wet Openoverheid om wordt gevraagd, is het antwoord dat de minister dat de Operationele Commando's niet wil opdragen, omdat dat te veel werk is. Let wel: een van de grootste gebruikers van fossiele brandstoffen in Nederland en veruit de grootste bij de overheid weigert openheid van zaken te geven.


Na 2015 zijn de doelstellingen in de OES stap voor stap teruggedraaid en onder de streep zal er in 2030 bar weinig zijn bereikt. Om dat te verhullen, blijft Defensie geheimzinnig doen over haar brandstofgebruik.   


Hoe nu verder?


De terughoudendheid bij Defensie om klimaatverandering serieus te nemen, wordt vaak beargumenteert met "Defensie is er om de vijand te verslaan en niet om klimaatverandering tegen te gaan". Daar valt op zich niet zoveel op af te dingen, maar wordt toch vooral gebruikt uit vrees dat het thema klimaatverandering een bedreiging is voor de krijgsmacht die de gestaalde kaders graag terug willen zien, de krijgsmacht die ze gewend waren.


Maar de krijgsmacht die we gewend waren, gaat niet meer terugkomen, al was het maar omdat Europa zelf niet beschikt over de fossiele brandstoffen die daarvoor onmisbaar zijn. En de ruwe olie die nog wel beschikbaar is, wordt steeds vaker een geopolitiek drukmiddel van de landen/regio's die ons bedreigen en hun zakken ermee vullen. Het versterken van onze krijgsmacht en het tegengaan van klimaatverandering staan niet langer tegenover elkaar, maar liggen in elkaars verlengde: minder fossiele brandstoffen gebruiken.     


De afgelopen week was er in de Tweede Kamer een rondetafelgesprek met deskundigen over de recente Defensienota 2026. Die hadden hun zorgen: Defensie zegt wel dat het allemaal anders moet, maar of dat daadwerkelijk gaat gebeuren? Vooralsnog lijkt Defensie te wankelmoedig om de uitdagingen van deze tijd echt aan te pakken.


foto Defensie