How much bang for a man?

Marcel Hendriks • 16 maart 2026

De demografische uitdaging om de krijgsmacht op sterkte te krijgen


De staatssecretaris van Defensie maakt zich terecht zorgen hoe hij Defensie qua personeel op sterkte kan brengen. Hij wil over vier jaar naar 122.000 militairen terwijl het er nu met burgers en reservisten maar 80.000 zijn. Dat is bijna onmogelijk als je kijkt naar de demografische ontwikkelingen in Nederland en in Europa. Het geboortecijfer is niet alleen erg laag, maar ook de veranderende samenstelling allochtoon, niet-allochtoon gaat Defensie parten spelen. Defensie wil desnoods overgaan op selectieve dienstplicht om de rangen gevuld te krijgen, maar weet dat dat een kansloze weg is. Los van de politieke heisa die dat gaat veroorzaken, zal dat op papier wel meer mensen opleveren, maar onder de streep weinig extra slagkracht genereren.


Defensie krijgt de komende jaren veel geld, maar nieuwe investeringen zijn alleen zinvol als er voldoende personeel is om die extra wapensystemen ook te bemannen en te bedienen. Aan spullen die ongebruikt op kazernecomplexen, op vliegvelden en in havens blijven staan of liggen, hebben we niks. Vooralsnog, alle inspanningen van Defensie ten spijt, is er geen zicht op dat Defensie zich structureel een sterkere positie op de arbeidsmarkt weet te bevechten dan al die andere sectoren die om jonge mensen zitten te springen. Wat te doen?


How much bang for a man?


In de jaren zestig en zeventig was How much bang for a buck? een gevleugelde uitdrukking: hoeveel gevechtskracht krijg je voor je geld? Nu geld niet langer de beperkende factor is, maar mankracht, moet dat veranderen in How much bang for a man?, hoeveel slagkracht haal je uit de beschikbare mankracht. Nu laten beiden zich niet gemakkelijk vangen in mathematische regels en efficiency overwegingen, maar denken langs lijnen van haalbaarheid, is onvermijdelijk.


Je moet je dus afvragen hoe zinvol het is om te investeren in extra brigades als de mankracht er niet voor is, moet je uitrekenen hoeveel manuur er nodig is voor een vlieguur voordat je er nog een dozijn bestelt, hoeveel handjes je nodig hebt om iets van A naar B te krijgen voordat je in extra transportcapaciteit investeert, hoe je marineschepen fundamenteel anders moet ontwerpen om met veel kleinere bemanningen te kunnen varen. Wat je ook moet doen, is personeel vrijspelen door afscheid te nemen van capaciteiten die door de tijd en de techniek zijn achterhaald, zoals airmanoeuvre.


In een nieuwe defensienota zal de beschikbare mankracht centraal moeten staan.

   

Lastig omdat het vragen zijn waar nooit fundamenteel over na is gedacht: geld was de beperkende factor, de beschikbare mankracht in veel mindere mate. Vragen die misschien ook tegen het militaire hart ingaan, maar wel gesteld moeten worden om te voorkomen dat veel investeringen onbenut zullen blijven. De minister en staatssecretaris wacht een zware taak: het schrijven van een nieuwe defensienota die How much bang for a man? serieus neemt.

marcelhendriksboeken.nl